|
Jibbe deed in 2005 mee met de Schrijversdagen. In een paar dagen tijd had hij een schets van de voorstelling Apocalypso klaar. Samen zagen we een Trilogie voor ogen en zo kwam Jibbe in het Schrijverstraject terecht. Voor Lust & Vraatzucht schreef hij deel 1: LOLA, vervolgens speelde APOCALYPSO van februari t/m april 2008 en in 2009 sluit de Trilogie met Het Derde Testament.
 Kun je kort iets over jezelf vertellen? Ik ben in Arnhem geboren, in het jaar van de Molukse treinkaping. Terwijl de Orient Express het laatste fluitsignaal kreeg, schoot RAF-terrorist Knut Volkert in Utrecht twee agenten neer. God Save the Queen kwam op nummer 1 in de Britse charts en in Den Haag protesteerde de vrouwenbeweging tegen de stijgende koffieprijzen (waar ik ze nog steeds dankbaar voor ben). Na een hobbelige middelbare schoolperiode een blauwe maandag Nederlands gestudeerd in Groningen. De minstens even blauwe dinsdag daarop geschiedenis om daarna snel af te zakken naar het zuiden om in Maastricht de toneelacademie te doen. In 2003 afgestudeerd, sindsdien zwervende met een glimlach. Wanneer begon je met schrijven en wat schreef je toen? In het gestencilde blaadje van de Arnhemse Montessori School. De Muis die Leerde Schaatsen. Over een muis die leerde schaatsen. Hij moest wel, er zat een kat achter hem aan. Daarvoor schreef ik vooral non-fictie, subklasse recepten (gebakken kaas met Engelse drop, de experimentele keuken dus). Eigenlijk zijn recepten de meest directe vorm van theater; het zijn regieaanwijzingen voor een participerend publiek. Waarom schrijf je en waarom voor theater? Theater is de meest zintuiglijke vorm waarin letters kunnen bestaan. Je kunt het zien, horen, voelen, ruiken. Bijna proeven. En met pokzie is het de meest efficiente vorm van taal. Het gaat meer om wat er niet staat, dan om wat er staat, en juist dat moet er staan. En waarom ik schrijf? Omdat in bijna niets anders genot en frustratie zo dicht bij elkaar kunnen komen.
Welk stuk had jij willen schrijven? De stukken van Steven Berkoff. Rock 'n Roll-theater van een elitaire punkproleet. Heerlijk. Zeker in de vertaling van Marcel Otten. Na de Regen van Sergi Belbel, De stukken en tv-drama's van Dennis Potter. Vanwege het smerige spel tussen wat waar is en wat waar zou kunnen zijn. Ontregelend. De eerste pagina's van Everything is Illuminated en A Clockwork Orange als monoloog. De cynische maar op een zieke manier hoopvolle observaties van Arnon Grunberg. De eerste pagina van Lila dit ca, vanwege de smerige onschuld en de onschuldige smerigheid. De humor van Ben Elton, de weerbarstige woorden van Heiner Muller, de momenten dat Paul Pourveur weet te ontroeren of tintelingen van teveel gedachten in mijn hoofd weet te veroorzaken, de ogenschijnlijke eenvoud van Maria Goos, het venijn van Peer Wittenbols, hoe meer namen ik opschrijf, hoe meer ik er vergeet op te schrijven. |