het syndicaat
Anouk Smit
Anouk schreef twee stukken voor Het Syndicaat: Sugarbaby en Warm.



Kun je kort iets over jezelf vertellen?
Kort vertellen ben ik slecht in. Het wordt altijd langer dan de bedoeling is. Ik hoop aan het eind van mijn leven uiteindelijk een heel kort stukkie te schrijven... Dertig. Ik ben een laatbloeier. Voor het bloeien heb ik uiteenlopende dingen gedaan: voorafgaand aan mijn opleiding Writing for performance aan de HKU, heb ik twee jaar theaterdocent/regie gestudeerd en in een ver verleden ben ik afgestudeerd als dramatherapeut. Als drama- en sociotherapeut heb ik onder andere vier jaar in de jeugd-TBS gewerkt. Dat was heftig, als ik er nu aan terugdenk. Verder heb ik in een aantal andere instellingen kinderen en jongeren met gedragsproblemen begeleid. Het is mooi om te doen, maar het is me niet in de kouwe kleren gaan zitten; alle rottigheid van de wereld komt je zo hard mogelijk tegen je enkel aan schoppen. Je doet je best, maar toch kom je jezelf tegen op een gigantische manier. Kinderen zijn onschuldig en weerloos als ze geboren worden. Het is aan de rest van ons ze niet te verkloten. Maar het lukt ons maar niet om van onszelf iets te maken dat oke is. Het heeft me enorm teleurgesteld.

Wanneer begon je met schrijven en wat schreef je toen?
Gewoon: verhaaltjes op de lagere school. En daarna ook poezie, als puber. Volgens mij deed iedereen dat, maar het lijkt of alleen wij schrijvers ons dat herinneren en het presenteren alsof ‘het toen al duidelijk was’. Ik teken ook al vanaf peuterleeftijd; als ik schilder was geweest had ik waarschijnlijk daaraan gerefereerd.

Waarom schrijf je en waarom voor theater?
Ik schrijf omdat ik anders doodga. Men neemt mij deze uitspraak over het algemeen niet in dank af. Misschien omdat het waar is. Dat trekken mensen niet. En terecht; het is op alle fronten onuitstaanbaar om zoiets te zeggen. Maar ik denk oprecht niet dat ik een afdoende arsenaal aan copingsvaardigheden bezit om mezelf geregeld te krijgen in de wereld. Schrijven is de meest adequate manier, heb ik ondervonden. Veel meer kan ik er niet over zeggen. Althans niet in het kort haha! Ik schrijf graag voor theater omdat het kwetsbaar is: het moet nu gebeuren, daar staan de lichamen en klinkt de tekst en ademt het publiek en is het vliegen of te pletter storten. Het moet genadeloos kloppen. (En dat is bijna onmogelijk, maar toch blijf je proberen. Een heel basaal soort verlangen naar heelheid.) Ik schrijf ook voor film. Film is anders. Het lijkt meer realistisch, maar staat veel verder van de realiteit af, omdat het hem beter imiteert. Als toneelschrijver kun je je veel meer permiteren, veel grotere sprongen maken, veel lossere kaders hanteren. Schrijven voor film of toneel lijkt in de verste verte niet op elkaar. Dan lijkt film nog meer op proza, en toneel op poezie. Daarom kan het ook naast elkaar, raak ik niet in de war. Allebei is anders leuk.

Welk stuk had jij willen schrijven?
Wachten op Godot van Samuel Beckett.

Wanneer ben jij tevreden over een tekst?
Als het me gelukt is datgene vorm te geven wat me de nek omdraaide, maar wat ik nog niet kon benoemen. En als dat dan niet lelijk, oninteressant, pretentieus, langdradig, onbegrijpelijk, oppervlakkig, of één van die vele andere dingen waardoor mensen afhaken, is geworden. Dat is nog een heel eind; eerst de ene kant op, naar binnen, naar de plek die je liever niet bezoekt natuurlijk, waar het rottig en zuur in elkaar steekt, en vervolgens helemaal terug en verder door, naar iemand, of een aantal mensen, of het liefst iedereen, en dan dáár weer naar binnen. Die twee plaatsen liggen zo ver van elkaar verwijderd, daar leg je geen twee conserveblikjes met touwtje tussen.

Wat is je grootste wens?
Geen idee.

Geloof je in writers block? Heb je het wel eens gehad en wat deed je toen?
Writersblock is geen kwestie van geloven; iedereen is wel eens geblokkeerd, ook een voetballer, ook een chefkok. Laten we er geen halszaak van maken. Het onhandige is, dat je als schrijver juist je eigen innerlijk als materiaal neemt om mee te werken. Daardoor bijt de slang zichzelf soms in de staart... Wat ik merk als ik niet meer verder kan met een stuk of script, terwijl het wel moet en ik ook zeker weet dat het kan, is dat het bijna nooit technisch te verhelpen is, bijvoorbeeld door te schakelen in mijn schrijfproces. Dat helpt wel even, omdat je dan een andere ingang neemt als het ware, maar bijna altijd komt het toch neer op dealen met mijn eigen persoonlijke blokkade van dat moment. Je bent je eigen materiaal, dus als je zo actueel mogenlijk schrijft, zijn blokkades in je eigen leven ook je schrijfblokkades. Als ik er dan ineens in mijn persoonlijke leven mee klaarkom, gaat dat schrijfproces ook spontaan op turbo-boost. (En dat is lekker! Je hebt zo lopen kloten dat het is als pissen na een busreis.) Hopen dus dat je er niet een half jaar over doet om één of andere rottige persoonlijke fase door te worstelen hahaha! En ook: hoera voor de deadline (want het werkt ook wel andersom natuurlijk) (zie vraag 3).

Waarover zou je willen schrijven, maar blijf je uitstellen?
Ik schraap al mijn moed bij elkaar om nu te schrijven waarover ik nu wil schrijven. Soms is dat emotioneel gezien te actueel en wordt het een lelijk gedrocht. Dan ben ik ongelukkig, prop het weg ergens, begin aan het volgende ding, en dringt dat gedrocht zich een tijd later, in heel andere vorm, weer aan me op. Kom ik dan meestal pas halverwege het schrijven achter: “He dit is dat wat toen mislukt was, maar dan beter!” Misschien is dat zelfs wel een doorgaand proces, dat het in feite altijd over hetzelfde gaat, maar telkens in een andere vorm.