|
Enver Husicic (Rotterdam, 1975) volgde de schrijfopleiding aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. In 2002 deed hij mee aan een schrijversworkshop van Het Syndicaat. Voor de Schrijverdagen 2003 hebben we hem gevraagd een tekst te schrijven voor twee acteurs. Het resultaat was Demento. Het publiek ontving zijn Syndicaatdebuut goed en wij vroegen Enver de tekst uit te werken tot een avondvullende voorstelling. Dat werd Angel. Een bizar verhaal over twee mensen die worstelen met de liefde. Het taalgebruik van Enver is muzikaal en poëtisch met korte, rauwe zinnen. De ruwheid van zijn teksten wekt echter ook ontroering.  Wat drijft je als auteur? Waar haal je inspiratie vandaan? Mijn inspiratie haal ik uit stemmingen, gesprekken, situaties. Een stuk kan ontstaan uit een persoonlijke ervaring, of uit een concept dat me te binnen schiet. Met Angel bijvoorbeeld, heb ik geprobeerd in taal vorm te geven, hoe ik me op dat moment voelde in een op zijn einde lopende relatie. Als iemand me dan vroeg hoe het nou met me ging, kon ik geen antwoord geven. Ik dacht: daar duik ik in. Ik haalde van alles boven en nam dat mee in het schrijven. Het resultaat is Angel, dat dat gevoel het meest benadert. Wat is volgens jouw de essentie van het stuk Angel? Angel gaat over twee mensen die vechten voor iets dat er niet (meer) is. Daar net zo lang mee door gaan tot ze er bij neervallen. Angel is stuk over een kamikazeliefde. Er is geen licht aan het einde van de tunnel, ze weten het, maar toch blijven ze het zien. De personages gaan samen door een hel waarvan ze denken dat het de liefde is. En misschien is dat ook wel zo.
Hoe verloopt de samenwerking met Daniëlle Wagenaar? Goed. Daniëlle is eerlijk en in staat haar kritiek op zo’n manier te brengen dat het mij inspireert verder te schrijven. Daarnaast heb ik het gevoel dat ze volledig achter mij staat, al vanaf onze eerste samenwerking. Dit is erg belangrijk geweest in mijn ontwikkeling als (beginnend) schrijver. Het schrijfproces gaat gemoeid met de nodige twijfel en dan is het goed als iemand zegt dat hij/zij er in gelooft. In de eerste plaats moet je in je eigen kwaliteiten geloven, maar dat kan heel moeilijk zijn in je eentje. Na vier jaar schrijfopleiding sta je er voor het eerst alleen voor en is het fijn als je meteen met de juiste mensen in aanraking komt. Hoe is het om je tekst uitgevoerd te zien? Altijd een verrassing. Tot nu toe ben ik bijna altijd verrast in positieve zin. Een regisseur of een acteur kan een invalshoek vinden die je zelf niet had bedacht. Of je eigen invalshoek zo vertalen dat deze tot zijn recht komt. Soms denk ik in eerste instantie: wat is dit nou? En blijkt later dat het wel degelijk sterk werkt. Het resultaat kan ook compleet hopeloos zijn, maar dat heb ik nog niet echt meegemaakt.
Hoe ziet jouw schrijfdag er uit? Ik heb niet echt schrijfdagen. Meer schrijfmomenten. Ik kan pas schrijven als het rustig is, als ik verder niets meer hoef. Ik schrijf dan ook vaak ’s avonds of ’s nachts. Soms heb ik een hele dag, maar komt er niets. Soms kan ik in een uur heel ver komen. Mezelf dwingen om te gaan schrijven werkt averechts. Ik moet het willen. Soms schrijf ik in de supermarkt. Niet op een blocnote, maar in mijn hoofd. Er kan me een oplossing te binnen schieten voor een schrijfprobleem waar ik al een tijd mee worstel. Vervolgens schiet ik naar huis en zet het op een schrijven.
Toekomstplannen? Ik ben bezig aan een theaterbewerking van een kort verhaal van Becket (Verroeren) samen met theatermaker Erik van Welzen. Het is ons derde project na onze voorstellingen Baboesjka en De Zaak Alberti (DZA), die in Utrecht zijn gespeeld en we zijn van plan in de toekomst te blijven samenwerken. Ben ook bezig bij het Gasthuis met een onderzoeksproject met regisseur Alexandra Broeder. We werken samen met twee twaalfjarige actrices die we ‘volwassen’ teksten laten spelen, het stuk heet Lilou en Lotte en is eind februari 2005 te zien in het Gasthuis. Daarnaast ben ik bezig met een monoloog (Hoofse Liefde, Harde Porno) voor Het Syndicaat. Dus ik ben wel even bezig voorlopig. |