het syndicaat
NATHAN VECHT

Nathan deed mee met de Schrijversdagen in april 2007. In 2008 nam hij samen met regisseur Lieke Benders plaats in het Syndicaathuis, de plek waar Het Syndicaat samen met nieuwe schrijvers en makers werkt aan nieuw repertoire. van 13 t/m 16 mei is zijn stuk FIETSEN VOOR MALAWI te zien in het Rozentheater in Amsterdam (22.00 uur) en 1 t/m 8 augustus op de Parade in Amsterdam.

Nathan Vecht
Kun je kort iets over jezelf vertellen?

In 1977, in Haarlem, kwam ik tevoorschijn. Alles was overzichtelijk tot ik een beslissing moest nemen over mijn toekomst. Ik nam de trein naar Delft voor de open dag van de faculteit bouwkunde. In een grote hal zag ik jonge mannen en vrouwen in opperste concentratie maquettes maken. Het rook er naar vers gezaagd hout. Een paar jaar later was ik architect.
Ondertussen was ik als helft van het cabaretduo Ruben & Nathan via het Camerettenfestival in het theater terecht gekomen. Het rook daar nog beter. De tekentafel en het podium hebben het uiteindelijk moeten afleggen tegen de schrijftafel. Sinds 2006 heb ik me toegelegd op het schrijven van toneelstukken.


Wanneer begon je met schrijven en wat schreef je toen?
Binnen huiselijke kring brak ik op jonge leeftijd door met mijn verzameld poëtisch werk. Zo zijn de puntdichten ergens daar in Drenthe / begint alweer de lente en Kurt Cobain / verdween beiden van mijn hand. Ik tekende schriften vol met imaginaire figuren. In de kantlijn schreef ik wat er in hun boodschappentas zat, op welke krant ze geabonneerd waren en de naam van hun huisdier. In de hogere wetenschap der scenaristen, zo ontdekte ik onlangs, noemt men dit verschijnsel karakterdossier.
Op de middelbare school werd mijn eerste stuk opgevoerd. Ik kwam tot de ontdekking dat je met een handvol woorden in de goede volgorde te plaatsen, een zaal vol mensen kon laten dubbelklappen van het lachen. Dat maakte diepe indruk.


Waarom schrijf je en waarom voor theater?
Als ik een dag niks maak word ik onrustig. En als ik iets maak, dan het liefst een verhaal. Het theater is verreweg de beste plek om dit verhaal aan de man te brengen. In het theater kan ik alles kwijt. Woord, beeld en geluid. In een wereld vol beeldschermen en tweedimensionale ontmoetingen is het theater een verademing. Of een voorstelling nou onnavolgbaar goed of weerzinwekkend slecht is, je dag is niet meer inwisselbaar.

Welk stuk had jij willen schrijven?
Het in eendrachtige samenwerking geschreven stuk van Arne Sierens, Woody Allen, Paul Auster, Simon Carmiggelt, Jonathan Safran Foer, Alan Ball, Meir Shalev, Ken Loach, Dimitri Verhulst, Harold Pinter, Yasmine Reza en Willem Wilmink.
Van de hedendaagse toneelschrijvers hoop ik ooit in de buurt te komen van amerikanen als Neil Labute, Nicky Silver en David Lindsay-Abaire. Ze schrijven in een genre wat we hier eigenlijk niet kennen. Realistisch, scherpzinnig, hilarisch en woedend tegelijk. En bovenop de tijdsgeest.

Wanneer ben jij tevreden over een tekst?
Ik heb een onderontwikkeld talent voor tevredenheid. Jonathan Safran Foer schrijft in Everything is illuminated: “Ik weet niet of het goed is wat ik schrijf, zolang ik me maar niet hoef te schamen.” Dat herken ik wel. Niet schamen is misschien wel de hoogste graad van tevredenheid.

Wat is je grootste wens?
Als je een verse tekst aflevert gaan regisseur, acteurs, vormgevers, etc, aan de haal met de wereld die jij hebt geschapen. Het startpunt van hun vakmanschap is een plek in jouw verbeelding. Dit kan de verkeerde kant op gaan, de goede kant en de geweldige kant. Dit laatste is puur genot. Ik wens mijzelf velen op mijn pad die mijn stukken kunnen optillen. De wereldvrede daargelaten.

Geloof je in writer's block? Heb je het wel eens gehad en wat deed je toen?
Als een werknemer van een niet nader te noemen kantoor om een uur of tien uit zijn bed komt, een kopje koffie zet, de krant leest, de stad in gaat, een broodje eet, in de kroeg belandt, een paar biertjes drinkt, naar huis gaat, wat eet, een paar bladzijden uit een boek leest en gaat slapen, noemen we dit: vrije dag. Bij een schrijver noemen we dit: writer’s block. Ik heb regelmatig een vrije dag. Nooit een writer’s block.

Waarover zou je willen schrijven, maar blijf je uitstellen?
Ik probeer nu Grote Hedendaagse Kwesties te vertalen in klein menselijk leed. Misschien ga ik ooit heel wat anders doen. En maak ik iets dicht bij huis. Mijn opa speelde piano in Tuschinski toen de film nog geen geluid had, reed paard, overleefde Auschwitz en hield zich op de been met Sam en Moos. Misschien. Ooit. Eerst met het Syndicaat naar de Parade.